vr21072017

Back Voorpagina Leefstijl Jouw leefstijl magazine Kijk op het leven

‘In je eentje is het niks’. Filosoof Jos Kessels over het belang van een buurt

Jos KesselsJos Kessels is filosoof, gespecialiseerd in de socratische methode. Hij voert deze onderzoeksgesprekken bij bedrijven, bij overheden, en ook in de buurt. Eerst in café 1900 en binnenkort in Studio B13 aan het Krugerplein. Wat is volgens hem een buurt en wat heb je eraan? ‘Alles wat het leven de moeite waard maakt, zit in contact.’

Jos Kessels

Jos Kessels is filosoof, gespecialiseerd in de socratische methode. Hij voert deze onderzoeksgesprekken bij bedrijven, bij overheden, en ook in de buurt. Eerst in café 1900 en binnenkort in Studio B13 aan het Krugerplein. Wat is volgens hem een buurt en wat heb je eraan? ‘Alles wat het leven de moeite waard maakt, zit in contact.’

Tekst Veerle Nikkels | Beeld Sam Schuman

Een cirkel van vijfhonderd meter doorsnee, zo omschrijft filosoof Jos Kessels een buurt. Deze definitie komt niet van een van de vele filosofen die hij bestudeerde, maar van een fietsmaatje om de hoek. ‘Toen ik eens op zoek was naar een vormgever zei die maat: ‘Binnen die cirkel vind je ongeveer alles wat je zoekt.’ Dat was een eyeopener en definieert voor mij ook een buurt: de meest nabije omgeving, de mensen die er wonen en wat er gebeurt.’

Wie of wat bepaalt de grenzen van een buurt?
Overheden bepalen van alles en nog wat, maar volgens mij bepaalt iedereen dit vooral zelf, voor zijn gevoél. Ik word blij en tevreden als ik deze buurt weer binnen fiets. En dat is letterlijk, ik kom van de Kamerlingh Onneslaan, steek de Middenweg over en dan kom ik op de Hogeweg en ben weer thuis. Of ik kom langs de Linnaeusstraat en de Linnaeuskade, rij de Linnaeusparkweg in en dat is mijn buurt. Hoe dat nou precies bepaald is? Geen idee. De Watergraafsmeer is natuurlijk veel groter, die reikt helemaal tot de Amstel, maar dat is alweer veel te groot.

Wat is de essentie van in een buurt wonen?
Voor mij is de essentie dat je iets te maken hebt met de mensen die er wonen. Mijn vrouw en ik hebben lang in het Centrum gewoond en daar hadden wij wel met onze naaste buren te maken, maar verder niet. Hier in de Watergraafsmeer kwamen wij zeventien jaar geleden in een soort buurtsamenhang terecht en daar zijn we zelf ook een rol in gaan spelen.

Koningsmaal

Waar bestaat die samenhang uit?
Een bevriend stel organiseerde ‘de uitjes’, dan gingen ze op pad met een groep mensen uit de buurt. Architectuur bekijken bijvoorbeeld. Tot ze veertig, vijftig man in huis kregen en van alles moesten regelen aan financiën en deelnemerslijsten. Dat ging ten onder aan zijn eigen succes, maar zo iemand in de buurt, dat scheelt. Andere initiatieven zijn het populaire Bredewegfestival, het Queensdinner - nu Koningsmaal, een regelmatige Salon met optredens van bewoners, het buurtkoor, diverse leesclubjes, het nieuwjaarsfeest op het plein en natuurlijk ook de terugkeer van de fontein; daar hebben mensen uit de buurt zich voor ingezet. Mijn vrouw en ik zijn bij die initiatieven aangesloten en organiseren ze zelf ook. Ik heb een aantal praatclubjes opgezet: socratische gesprekken in café 1900, en bij mij thuis ‘Met de mond vol op vrijdag’. Dan eten en praten we met elkaar. Iedereen maakt iets klaar en een iemand is ‘de Pineut’, die krijgt het pineutenglas voor zich en doet dan iets: legt een vraag voor of vertelt een verhaal. En het leuke daarvan is dat het een heel heterogeen gezelschap is, met intellectuelen en volstrekte niet-intellectuelen, die op een hele verschillende manier in een gesprek zitten.

Zijn er noodzakelijke voorwaarden voor een buurt?
Een noodzakelijke voorwaarde is dat je mensen hebt die iets met elkaar willen,ondanks alle heterogeniteit. Dat je iets wilt en doet met de mensen om je heen, terwijl je het op sommige punten, misschien wel op veel punten, grondig met elkaar oneens bent. Wij zijn een homogene buurt maar daarbinnen heb je nog heel verschillende types. Je kunt een stad of een buurt ook opvatten als een anoniem gebeuren - er zijn ook veel mensen die in de stad wonen omdat je daar nou juist een soort anonimiteit kunt hebben - maar ik vind het interessant om met de mensen in de buurt juist wel iets te maken te hebben.

Fontein Hogeweg

Veel meer voorwaarden zijn er niet, geeft hij aan. Hoewel een café of eettent als plek om elkaar te ontmoeten zeker kan helpen. Daarom vindt hij het ook jammer dat café 1900 dicht is. ‘Dat heeft een ontzettend belangrijke rol in de buurt gespeeld en ’s zomers kon je niet langs het terras lopen zonder een praatje te maken.’ De buurtborrel is verplaatst naar Q-factory en ook op de Oranje Vrijstaatkade is nieuwe horeca gekomen. Toch zal Jos blij zijn als zijn stamtent op de hoek binnenkort weer open gaat. En die geruchten ving hij op.

Waar komt die behoefte aan binding vandaan?
Tja, daar zijn allerlei grote theorieën over. In elk geval was er vroeger een aantal natuurlijke verbanden: de kerk, een politieke partij, de klasse waartoe je behoorde, je grootfamilie. Dat is in de tweede helft van de twintigste eeuw allemaal verindividualiseerd. We hebben een belangrijk deel van de natuurlijke verbindingen opengebroken en als het ware overgeheveld naar de staat. Dat begint al met pensioen, waarmee je niet langer afhankelijk bent van je kinderen. En ook AOW, WAO en ziekteverzekeringen hebben een enorme individuele vrijheid opgeleverd. Maar doordat we ons van al die overkoepelende verbanden hebben afgekeerd, moeten er op enig moment alternatieven ontstaan. Want je kunt niet op je eentje leven.

Waarom niet?
Schiet in de lach. Nou je moet toch eens iemand hebben om tegen te praten. Je kunt pas jezelf zijn, ten opzichte van iemand anders, je kunt pas een ontwikkeling doormaken in samenhang met anderen. Het gaat vooral om je verhouden ten opzichte van anderen. Je moet mensen hebben met wie je iets hebt, anders is het niks. Er zou niet veel van je overblijven zonder de anderen. Je zou geen taal hebben, geen geestelijke ontwikkeling. Alles wat het leven de moeite waard maakt, zit in contact, in gemeenschap, gemeenschapsvorming. In je eentje is het niks.

Jos Kessels

Ik ben zelf een babyboomer, in ’48 geboren, dus die hele ontwikkeling van individualisering heb ik meegemaakt. In het gezin waar ik vandaan kwam, nam je vader en moeder op, of opa en oma; dat was de standaard. Doordat ik mijn schoonouders niet in huis hoefde te nemen, kon ik meer mijn eigen ding doen. Maar nu keert de wal het schip. De gezondheidszorgkosten rijzen de pan uit. Veel verplegings- en verzorgingshuizen worden gesloten en mensen moeten meer op zichzelf blijven wonen. Ook daardoor krijg je andersoortige verbanden. En ik denk dat jongeren ook weer met nieuwe vormen in de weer zijn.

Wat voor nieuwe verbanden zijn dat?
In Zuid heb je Stadsdorp Zuid. Dat is een aantal mensen - tegenwoordig al een hele groep - die zelfstandig wonen en gemeenschappelijk diensten inkopen, bijvoorbeeld een klusjesman. Daar kun je je bij aansluiten. De man die dat leidt, Jacques Allegro, is pas met Willem Alexander en Maxima mee geweest naar Japan, om uit te leggen hoe ze dat hier in Amsterdam doen. Er zijn steeds meer buurten waar zoiets gebeurt. Dat gaat ongetwijfeld hier in de buurt ook komen. De vele oude mensen die hier wonen kunnen dan gemeenschappelijk zorg of iets anders inkopen. Dat hebben wij nu al, onze werkster is via ons in de hele buurt gaan werken. En onze klusjesman Mark doet van alles en nog wat in de buurt, die kom je ook op straat tegen. Dus je krijgt een soort gemeenschappelijke mensen die dingen voor je doen. Dat creëert samenhang.

Dat klinkt alsof binding op een hoger plan komt
Precies, er worden nieuwe samenhangen gecreëerd, die passen bij de tijd waarin we nu leven. Samenhangen waarin je wel vrij bent, maar onderdeel kunt zijn van een netwerk. Dus mensen kopen niet gemeenschappelijk een huis waar ze met z’n allen in een soort commune gaan wonen, maar blijven gewoon op hun plek wonen en maken een of ander soort samenhang. Die vormen gaat dat aannemen denk ik.

Wat voor verbanden zie jij jongeren maken?
Nou je hebt veel jongeren die zich aaneensluiten in werk, die bij elkaar gaan zitten en nieuwe initiatieven ontplooien, zoals de Hub in de Westerstraat. En op mijn gebied, filosofie, heb je Brandstof, zo’n club jonge honden die samen filosofische programma’s maken. En de school of life die Alain de Botton in Londen heeft opgericht, krijg je nu hier. Zulke nieuwe verbindingen moet je hebben.

Zie jij ook zulke verbindingen in de buurt?
Jazeker, mijn yogalerares - Laura Corsi - heeft op het Steve Bikoplein een pand ingericht waar ze ook andere dingen gaat organiseren en allerlei mensen naar binnen haalt. Kunstenaars kunnen er exposeren en mijn vriend René en ik gaan er onze buurtgesprekken weer oppakken. Dat soort kleinschalige plekken zijn er meer. Inspiratie, plezier en een gevoel van verbinding, dat vind ik van belang, daaraan ontleen je ook een gevoel van ergens thuis zijn.

In Scholing van de geest, je laatste boek, vertel je over je angst om naar een feestje bij de buren te gaan. Dat lijkt te impliceren dat je het moeilijk vindt je onder de mensen te begeven. Hoe zit dat?
Dat stukje in mijn boek gaat niet over sociale angst, het gaat over een soort existentiële angst; het is überhaupt angstig om in het leven te staan, met andere mensen te verkeren. Sartre had die uitspraak ‘de hel dat is de ander’, de ander in de ogen kijken. Maar ja, dat is tegelijkertijd de hemel. De ene keer heb ik er meer zin in dan de andere. Gemeenschap is ook sociale druk, het is veel makkelijker om in je eentje te zitten en die druk niet te hebben. Maar dan hou je het op den duur niet uit, dus iedereen móet verbinding zoeken, ook al ben je daar bang voor. Want zonder anderen gaat het niet.

Jos Kessels

 


Verberg commentaar formulier Verberg commentaar formulier
  • Vet
  • Cursief
  • Onderstrepen
  • Doorhalen
  • Quote
 
  • 4000 Resterende tekens
   
 
Onafhankelijke website met nieuws en informatie voor en door mensen die wonen, werken en studeren tussen Amstel en IJ

Bijdragen en contact 
redactie@oost-online.nl | Copyright 2015 oost-online | All rights reserved | Disclaimer |