zo28052017

Back Voorpagina Mensen Mensen maken Oost magazine Onalledaags

Helen of Troy

Havik in Oost

Nu en dan komt er een hoog piepend geluid uit zijn keel omhoog geborreld. De jonge havik zit op een stok die midden op het veld met een stang in de grond staat geprikt. Een kraai kijkt hem vanaf de grond met argwaan aan, terwijl de havik hem strak in de ogen staart. De spanning is om te snijden. Plots laat de havik zich van zijn stok op het gras vallen, het belletje aan zijn poot rinkelt. Verbolgen vliegt de kraai met luid gekras weg.

Roos, mijn hond, kijkt naar het schouwspel alsof het een dagelijks tafereeltje is. Het is te warm voor haar om zich er druk om te maken.
Een veertigtal meter verderop staat een man. De rand van zijn hoed houdt de zon uit zijn ogen. Zijn linkerhand en zijn onderarm zitten in een leren handschoen; de havik is met een lang, dun koord aan hem verbonden. Hij positioneert zijn hand en een hoog fluitsignaal weerklinkt door het Flevopark. De havik kijkt op, fladdert terug op zijn stok en komt in een glijdende vlucht op hem af. Elegant landt hij op zijn arm en pikt verwoed aan de eendagskuiken die de man tussen duim en wijsvinger vasthoudt.
Ik loop op hen af. ‘Dat gaat er bij hem in als koek.’
‘Het is een meissie,’ antwoordt hij.
Ondertussen bekijkt Roos de havik. Het is voor het eerst dat ze een roofvogel van zo dichtbij ziet, maar vandaag windt het haar niet op.
De man vertelt me dat hij haar dagelijks op de weegschaal zet. ‘Twintig gram te zwaar en ze vliegt niet meer. Dan heb ze geen honger en komt ze niet meer van d’r verdomde stok af.’
Na nog enkele vluchten heeft ze er weinig trek meer in. Fervent blaast hij op zijn fluitje, maar ze reageert er niet langer op. Ze heeft zich demonstratief met haar rug naar hem toegekeerd.
‘Het is duidelijk te warm voor mevrouw.’
‘Hoe oud is ze?’
‘Tien weekies.’
‘Ah, dan zal ze nog wel veel moeten leren?’
Hij knikt met zijn hoofd. ‘Ja, net als bij kleine kinderen. Je mot ze werkelijk nog alles leren.’
‘Heeft ze ook een naam?’
‘Maar natúúrlijk, ze heet Helena.’
‘Zo, dat’s een bijzondere naam.’
‘Ja, Helena van Troje, weet je wel. Die bloedmooie Helena.’
‘Zij wordt vast ook zo’n begeerlijke meid,’ zeg ik lachend.
Hij kijkt me fier aan, en glimlacht.
Als er hoog in de lucht halsbandparkieten krijsend overvliegen, kijkt Helena omhoog en beweegt haar kopje met de vlucht mee. Haar blik straalt smullen uit.
‘Ja ja, mevrouw ziet ze wel. Eens komt er een dag dat ze d’r achteraan gaat, één uit de lucht prikt en hem oppeuzelt. Ja, ik moet haar verdomd goed op gewicht houden; ze mag geen honger krijgen. Anders ben ik d’r nog kwijt ook.’
‘Tja, een vogel blijft een vogel,’ zeg ik glimlachend.
‘Nou zo snel is ze niet weg hoor. Ze blijft afhankelijk van me. Ze ken eigenlijk alleen mijn hè. Ik ben als ’t ware d’r bloedeigen moedertje.’
Ik wens hem veel succes met het onderrichten van zijn kind, en loop het park verder door.
Plots zoeft er een meisje op skates rakelings langs me. Ze duwt in volle vaart een kinderwagen voor zich uit.

 


Verberg commentaar formulier Verberg commentaar formulier
  • Vet
  • Cursief
  • Onderstrepen
  • Doorhalen
  • Quote
 
  • 4000 Resterende tekens
   
 

Meland Langeveld

Onafhankelijke website met nieuws en informatie voor en door mensen die wonen, werken en studeren tussen Amstel en IJ

Bijdragen en contact 
redactie@oost-online.nl | Copyright 2015 oost-online | All rights reserved | Disclaimer |