zo25062017

Back Voorpagina Mensen Mensen maken Oost magazine Mensen maken Oost

Maak kennis met... Justus Uitermark

Justus Uitermark

‘De overheid vraagt steeds meer en geeft steeds minder’

Op zijn 33ste werd Justus Uitermark bijzonder hoogleraar Samenlevingsopbouw aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Door zijn oratie Verlangen naar Wikitopia (over het verlangen naar zelforganiserende netwerken) en door zijn vele publicaties en lezingen kreeg hij landelijke bekendheid. Daarnaast is hij sinds 2012 hoofddocent sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Uitermark woont ‘heel prettig’ met zijn gezin in de Oosterparkbuurt. ‘De levendigheid en diversiteit in deze wijk bevallen ons goed.’

Door Wil Merkies | Beeld Dineke Rizzoli en Brieuc-Yves Cadat

De afspraak met Justus Uitermark (37) was telefonisch snel gemaakt. De zoektocht naar zijn werkplek op Roeterseiland verliep door de ingrijpende bouwwerkzaamheden minder vlot. Niet zo vreemd. Ook studenten en wetenschappers lopen hier nogal eens vast.

Uitermark reageert nuchter op mijn verhaal dat ik eerst door de portier naar het Psychologiegebouw werd verwezen. Aan een attente psychologe was het te danken dat ik uiteindelijk het Sociologiegebouw bereikte. Die nuchterheid komt regelmatig terug in het gesprek dat op een zonnige vrijdagmiddag in zijn werkkamer op de zesde verdieping wordt gehouden.

Justus Uitermark

Als hoofddocent Sociologie doet hij ‘nieuwe dingen en veel onderzoeksprojecten’. Uitermark: ‘Er verschijnt binnenkort een nieuw boek van mijn hand over steden en sociale bewegingen. Daarin bestudeer ik met Walter Nicholls mobilisaties van immigranten in Frankrijk, de Verenigde Staten en Nederland in de afgelopen vijf decennia. Momenteel doe ik onder meer onderzoek naar segregatie. Ik ben ook net gestart met een project waarin we onderzoeken hoe sociale media, in het bijzonder Instagram, onze relatie tot de stad veranderen.’

U studeerde cum laude af aan de UvA, promoveerde cum laude en was al op uw 33ste bijzonder hoogleraar.

Uitermark, jeugdige uitstraling, knikt en lijkt zelf niet erg onder de indruk van zijn geslaagde wetenschappelijke carrière. Liever heeft hij het over de vervanging van de klassieke verzorgingsstaat door de participatiesamenleving, die echter moeilijk te realiseren is door de steeds grotere ongelijkheid in de samenleving. ‘Zelforganisatie wordt omarmd door de overheid. De verantwoordelijkheid wordt verlegd naar de lokale gemeenschappen. Uit cijfers blijkt echter dat mensen niet massaal overstappen op zelf opgewekte energie, het delen van zorgtaken met buren of het zelf verbouwen van eten. Dat komt doordat zelforganisatie niet voor iedereen is weggelegd. Zelforganisatie vraagt om kennis, tijd, de juiste middelen, een netwerk. Niet iedereen beschikt daarover.’

Warme gemeenschap

Uitermark noemt Community Assadaaka in Oost die wordt gerund door een paar drijvende krachten. ‘Zij doen mooi werk. Ze bereiken heel veel mensen, al is het een hechte kleine kern die het meeste werk doet. Dat zie je trouwens altijd: burgerinitiatieven worden gedragen door één of een paar heel actieve mensen. Bijzonder aan Assadaaka is dat het een warme gemeenschap is die heel diverse mensen bijeenbrengt, vaak ook mensen in een zwakke positie zoals mensen met een handicap. Je zou zeggen: zo’n organisatie wordt stevig tegen de borst gedrukt. Toch heb ik de indruk dat de overheid organisaties als Assadaaka niet echt omarmt, integendeel. De overheid vraagt steeds meer en geeft steeds minder. Daardoor wordt het voor vrijwilligers minder aantrekkelijk om zich in te spannen voor de buurt. Je ziet nu bijvoorbeeld dat de overgebleven buurtvoorzieningen te kampen hebben met een toestroom van verwarde mensen.’

Heeft u zelf ervaring met vrijwilligerswerk?

‘Ja. Ik was als student en promovendus heel actief betrokken bij diverse tijdschriften. Ik heb ook met een paar anderen met veel plezier een filmavond gedraaid bij de Valreep, in het gekraakte dierenasiel. Maar sinds ik een kind heb en een hoogleraarschap vervul, schieten dat soort zaken erbij in. Ik zit wel als vrijwilliger in de redactie van een sociologenblad. Dat werk doe ik uit betrokkenheid, maar dat is wel anders dan vrijwilligerswerk in de wijk.’

Justus Uitermark

Nadenkend: ‘Ik krijg veel verzoeken voor lezingen en debatten. Arie van Tol van Dwars vroeg mij voor een vluchtelingendebat in Oost. Ik heb hem geantwoord.’ Of hij de uitnodiging heeft aangenomen, vertelt hij niet.

Uitermark: ‘Ook vrijwilligers in wijken willen met mij praten over hun initiatieven. Dat vind ik interessant, want dan kom je erachter wat mensen drijft of frustreert. Maar verreweg de meeste uitnodigingen krijg ik van ambtenaren. Daar leeft de participatiesamenleving volop, niet zozeer bij de burgers zelf die de participatiesamenleving zouden moeten dragen.’

Ook nog huur opbrengen

Uitermark die als hoogleraar anderhalve dag in de week in Rotterdam werkt en de rest van de tijd in Amsterdam: ‘In Rotterdam bestaan centra die helemaal worden gerund door bewoners, met soms professionals in dienst. In Amsterdam gebeurt dat veel minder en is de overheid veel sturender. Maar ook hier zijn mooie voorbeelden dat het kan. In Noord gebeuren goeie dingen en daar wordt door vrijwilligers uitstekend bestuurd. Ook in buurthuis De Meevaart in de Indische Buurt gebeurt veel, dankzij een grote investering van de overheid in het gebouw en de inzet van vrijwilligers en professionals. Toch is er in Amsterdam een minder sterke traditie op het gebied van buurtinitiatieven.’

Uitermark kritisch: ‘Ik moet het pure succesverhaal nog tegenkomen. Succes is vaak een kwestie van marketing. Het wordt er ook niet makkelijker op om iets te realiseren. Het is jammer en zorgelijk dat de gemeente Amsterdam het maatschappelijk vastgoed verkoopt. Als vrijwilligers ook nog de huur moeten opbrengen kiezen ze eieren voor hun geld.’

Is het niet zorgelijk dat steeds meer horeca in Oost in handen komt van de succesvolle ‘Drie Wijzen uit het Oosten’?

Uitermark reageert kort: ‘Dat zijn ondernemers die knap inspelen op een trend. Dat doen ze goed. Maar ik maak me wel zorgen over die trend: de stad sluit zich steeds meer voor mensen die geen hoge inkomens of familiekapitaal hebben. Dat is overigens niet een ontwikkeling die zich beperkt tot Amsterdam - je ziet het net zo goed of nog erger in Londen, Parijs en New York. Het zorgt ervoor dat de stad aantrekkelijker wordt voor groepen die zich veel kunnen veroorloven, maar ik vind het juist mooi als steden veel te bieden hebben aan groepen die ergens anders niet terecht kunnen of buiten de lijntjes willen kleuren. De stad wordt uiteindelijk ook eenzijdiger. Dat De Ponteneur is gesloten kwam voor mij toch wel als een klap, want daar was een heel goede sfeer en kwamen echt heel verschillende mensen over de vloer.’

 


Verberg commentaar formulier Verberg commentaar formulier
  • Vet
  • Cursief
  • Onderstrepen
  • Doorhalen
  • Quote
 
  • 4000 Resterende tekens
   
 

Onafhankelijke website met nieuws en informatie voor en door mensen die wonen, werken en studeren tussen Amstel en IJ

Bijdragen en contact 
redactie@oost-online.nl | Copyright 2015 oost-online | All rights reserved | Disclaimer |