wo28062017

Back Voorpagina Cultuur Magazine over kunst, cultuur en uitgaan Gerrit Hoogstraaten ontmoet...

Rituelen als bladwijzers in ons collectief geheugen

Ida van der Lee

Ida van der Lee heeft haar atelier in een leegstaand voormalig schoolgebouw aan de Wenckebachweg, in de bocht even voorbij de torens van de Bijlmer Bajes. Ze huurt er een grote ruimte op de begane grond, waarschijnlijk was dit de schoolbibliotheek. Het is er vrij koud, om de kosten te drukken zijn alleen de bovenverdiepingen centraal verwarmd, het was niet de bedoeling van Leegstandbeheer dat kunstenaars hun atelier op de begane grond zouden vestigen. Maar voor Ida is het toch de ideale ruimte, hier kan ze alle spullen kwijt die bij haar projecten horen.

Voor Plato’s grot: wie lopen daar?
Gerrit Hoogstraaten ontmoet
Ida van der Lee

Het eerste dat opvalt als ik er binnenloop is de stelling die drie rijen hoog vol staat met oude koffers en versleten reisvaliezen. Ik denk onmiddellijk aan het boek Dansen met de vijand van Paul Glaser dat ik nog niet zo lang geleden heb gelezen. De schrijver bezoekt het concentratiekamp Auschwitz en blijft daar als door de bliksem getroffen staan voor een vitrine met koffers. Op een daarvan staat namelijk zijn eigen achternaam: Glaser. Die koffer is het begin van een zoektocht naar de eigenaresse ervan, tante Roosje. Een fascinerend en aangrijpend verhaal over de Holocaust, zoals er vele zijn, de meeste nooit verteld. Tante Roosje overleeft Auschwitz maar keert niet terug naar het ongastvrije Nederland, ze vestigt zich in Zweden.

Ida van der Lee

Meer dan honderdduizend Nederlandse Joden hadden nooit die keus, ze overleefden de oorlog niet en er was niets persoonlijks meer van hen over dat terug kon keren, behalve de herinnering bij de enkele nabestaanden die wel hadden overleefd.

Met haar project Namen en Nummers beoogt Ida van der Lee daar verandering in aan te brengen. Namen en Nummers is een uitgebreid geheel van rituele handelingen waarbij de Joden die uit de Oosterparkbuurt zijn weggevoerd worden herdacht. In een jaarlijks op 4 mei terugkerend evenement op het Kastanjeplein worden de namen die bij bepaalde huisnummers horen op bordjes geschreven en in het stratenplan van de Oosterparkbuurt gelegd. Deelnemers spreken de namen uit en brengen de slachtoffers zo op symbolische wijze weer thuis. Op haar website benoemt Ida dit bijzonder indrukwekkende gebeuren als “Een tijdelijk monument voor een oneindig verlies”.  idavanderlee.nl

Ida van der Lee

Ik ontmoette Ida bij toeval begin april dit jaar in het buurtcentrum Tugela85 bij de vertoning van de film The Hitchhiker's Guide to the Galaxy, bij veel mensen misschien vaag bekend om het antwoord dat de reuzencomputer Deep Thought na 7,5 miljoen jaar rekenen geeft op de vraag naar de zin van het leven. Dat antwoord luidt: 42. Maar wat betekent dat? Men realiseert zich het antwoord alleen te kunnen begrijpen als men precies weet wat nu eigenlijk de vraag is en er wordt een nieuwe opdracht geformuleerd: 'Wat is de ultieme vraag naar het Leven, het Universum en Alles waarop 42 blijkbaar het antwoord is?'

De film is tegelijkertijd zo absurd en aansprekend dat een oppervlakkig gesprekje na het zien ervan niet goed meer mogelijk is. Het blijkt de ideale state of mind om met een kunstenares als Ida in gesprek te komen. Ook voor haar is niets van wat wij in de werkelijkheid als belangrijk ervaren ook vanzelfsprekend zo belangrijk als wij denken dat het is. Ze is altijd op zoek naar dat wat we verwaarlozen in onszelf, de andere kant van de verhalen die we elkaar standaard vertellen.

Ze waarmerkt haar projecten, waarmee ze middenin de samenleving staat, als Community Art. Die term is overgewaaid uit Engeland waar kunstenaars er in de jaren zestig voor het eerst furore mee maakten. Er valt inmiddels zoveel onder dat er geen scherpe definitie meer van te geven is. Maar hoe zit dat nu bij haar, waarin uit zich nu bij haar precies haar kunstenaarschap als ze het over haar Community Art heeft? Waar vind ik iets tastbaars, iets waarvan ik kan zeggen: dat heeft zij gemaakt.

Niet dat ze helemaal geen dingen maakt waar je naar kunt kijken, die je aan kunt raken, waar je een oordeel over kan vormen. Maar die lijken toch vooral bedoeld om er wat mee te doen, om er rituelen mee uit te voeren en ze al doende meer betekenis te geven dan ze van zichzelf hebben. Die betekenisgeving is het resultaat van een associatief proces dat in de overgave aan het ritueel alle kans krijgt zich te ontplooien.

‘Dat associatieve proces,’ legt ze uit, ‘heeft meer te maken met de activiteit van de rechter- dan van de linker hersenhelft. Waarmee ik niet zeg dat een ritueel per definitie irrationeel is, als ontkenning van rationeel. Rituelen hebben hun eigen specifieke kwaliteiten, ze raken aan een diepere werkelijkheid die anders is dan de rationeel geordende werkelijkheid, ze zijn intuïtief. Een ritueel uitvoeren en meemaken roept altijd emoties op.’

Ida van der Lee

Emoties die ze intussen wel richting geeft door de voorwerpen die ze aanbiedt. De koffers in het geval van Namen en Nummers roepen associaties op aan reizen, vertrekken en aankomen en in dit geval nooit meer terugkeren. Ergens verderop staat een oud theeservies om bij te mijmeren, in een doodgewone huiskamer. En in het zogenaamde Tijdkantoor kan ieder zijn eigen gedachtes hebben bij de wijzerplaten en zandlopers die er klaarliggen. Tijd die je elkaar kunt geven, die je elkaar ook af kunt nemen. Er zijn open klokken die voor de uitgeholde tijd staan, het gat in ons collectief geheugen waar het ritueel met de namen op de bordjes bladwijzers in legt.

Alle rituele stappen van Namen en Nummers staan in het atelier opgesteld voor de vrijwilligers die hier in een paar oefensessies worden getraind om op vier mei mee te helpen bij de uitvoering ervan. Ze zullen dan buurtbewoners en andere belangstellenden begeleiden in het ritueel waarbij alle deelnemers, ook kinderen, ieder een eigen naam kiezen om daar een naambordje van te maken en dat neer te leggen in het stratenplan op het adres waar deze persoon woonde. Onder het uitspreken van hun naam wordt deze dan weer thuisgebracht.

Ida van der Lee

Ik ben diep ontroerd door het geheel, maar de vraag blijft: is dit kunst? Door allerlei omstandigheden kom ik er een tijdlang tijd niet toe iets over onze ontmoeting op papier te zetten. Oorspronkelijk was het idee een artikel te schrijven naar aanleiding van de 4 meiviering, maar die datum is allang voorbij voor we een tweede keer af kunnen spreken. Het is inmiddels eind juli, we kunnen buiten, op het smalle terras voor haar atelier, in het zonnetje zitten. Ze vertelt enthousiast over haar nieuwste  project: Testament Ongekend! Doel van dat project is het naar boven halen van iemands levensverhaal - niet de verzameling anekdotes waaruit een mens op verjaardagen bestaat, maar juist het grotere verhaal dat daaronder ligt, met de emoties die bij de herinneringen horen, en de inzichten die werden verworven uit belangrijke gebeurtenissen.

‘Het is werken met ouderen maar nu eens niet om hen te vermaken, maar juist om iets van hen te leren,’ vertelt ze. ‘Ouderen hebben ons meer te bieden dan alleen hun materiële erfenis, er is ook een geestelijke nalatenschap die helaas vaak ondergesneeuwd is geraakt in alle zorg die ze vragen en die wij ze geven.’

‘Dat herken ik wel, mijn vader wordt dit jaar 95 en hij praat graag over al zijn kwalen, maar eigenlijk vind ik die helemaal niet interessant.’

‘Precies, en voor je het weet is de tijd voorbij om over andere dingen te praten, dingen die er echt toe deden en nog steeds toe doen in ons leven.’

‘Gelukkig hebben we die gesprekken ook, ik stuur daar op aan als ik de kans krijg.’

‘Ik doe met Testament Ongekend! in feite hetzelfde. Ik heb er rituele spelvormen voor ontwikkeld, daarmee haal ik de mensen uit hun gewone doen en laten, zoals elk spel dat bij iedereen doet. Een spel spelen opent je geest en haalt het kind in je naar boven.’

‘En daar is niks kinderachtigs aan? Dat je ouderen infantiliseert met flauwe spelletjes?’

‘Integendeel. Het gaat op zich ook niet om het spel zelf maar om wat we ermee doen. Ik noem het Ganzenpad, lijkt op Ganzenborden maar dan anders. Spelers kiezen eerst uit een plaatje op het Ganzenpad, naar aanleiding van een vraag die ik daarover stel. Bijvoorbeeld een stoel. Dat kiezen is een proces van de vrije wil, en dat geldt ook voor het kiezen van het voorwerp dat daar volgens hem of haar bij past. Laten we zeggen een strandbal, waarmee die stoel een strandstoel is geworden. En waar associeer je dat mee? Misschien met vrolijkheid, of met een mooie zonsondergang waarbij je hand in hand met je geliefde zat. Dan wordt er met een dobbelsteen gegooid en kom je op een bepaald vakje. Die vakjes zijn ook weer afbeeldingen waar de speler zijn eigen associaties bij heeft. Het Ganzenpad als geheel staat voor de levensweg waarvan de loop voor een groot deel immers ook wordt bepaald door het lot. Ik heb een hele verzameling kleine voorwerpen, Herinnerdingen noem ik die, waaruit men iets kan kiezen en daar praten we dan over: waarom past dit bij jou, wat kun je daarover vertellen.’

‘Dat kan ik volgen,’ zeg ik. ‘Maar op het moment dat die dobbelsteen gegooid wordt, dan is het toch puur toeval op welk vakje je terechtkomt? Wat verwacht je daar dan van? Hoe zou je daarmee iemands persoonlijke geschiedenis openen?’

Ida van der Lee

‘Het is een andere methode om verhalen los te weken dan het rechtstreeks vragen naar iemands herinneringen en gedachtengoed, en dat levert heel verrassende resultaten op. Niet alleen voor de ouderen zelf, ook voor de jongere generatie die ik erbij betrek. Iemand kan zich herinneren dat hij in zijn vroegste jeugd in de zinken teil op het aanrecht in bad ging, een verhaal dat standaard terugkeert bij elke gelegenheid, dat al jaren zo vastligt en met kleine variaties wordt overgeleverd en zo tenslotte deel van iemands testament wordt, een anekdote die bij de begrafenis nog wordt opgehaald. Maar in het associatieve proces dat we met Ganzenpad opwekken kunnen daar heel andere ervaringen aan gekoppeld worden, die een plaats krijgen in wat ik dus het Testament Ongekend! noem. Wat waren je gevoelens indertijd, toen je in die zinken teil in bad ging. Misschien was er schaamte vanwege de armoe in dat gezin. Daar komt dan een veel completer beeld uit, soms ook met nare herinneringen, dingen die niet zo leuk waren maar die in iemands levensgeschiedenis minstens zoveel bestaansrecht hebben. Uiteindelijk maken we er dan een gedicht van, of een schilderij, of een gevuld koffertje, of we voeren een klein toneelstukje op. Er zijn formeel gezien drie mogelijkheden om het in een proces uit te werken: poëzie, beeldend of theater.’

‘Hey, dat doet me denken aan het gesprek dat ik met > Merle Carvalho had. Zij had ook een project waarbij ze mensen koffertjes liet vullen met hun associaties bij het tango dansen. Dat lijkt er wel wat op. Maar bij jou is er dat spel element, in hoeverre roep je daarmee nu werkelijke gevoelens en emoties op, wat is er echt van waar? Is het niet heel vrijblijvend, schiet het niet zomaar alle kanten op?’

Ida van der Lee

‘Maar dat vind ik nu juist zo interessant en de verhalen, emoties en gevoelens die loskomen hebben wel degelijk structuur. Vanuit het spel, ja, maar daardoor komen verhalen tevoorschijn die anders niet zouden worden verteld. Heb je weleens van Joseph Campbell gehoord, over De reis van de held?’

‘Eh, nee, ik geloof het niet. Het klinkt als een mythologisch concept?’

‘Dat is het ook. Campbell was een autoriteit op het gebied van de mythologie en vergelijkende godsdienstwetenschap. Hij destilleerde uit talloze mythen en legenden een soort blauwdruk van de reis die de held of heldin in die verhalen maakt. Een reis in twaalf stappen, je moet het maar eens googelen.’

Dat doe ik. De reis van de held blijkt een bij coaches en storytellers populair concept, ontleend aan Campbells boek De held met de duizend gezichten. In aansluiting op de mythologische context begint de reis van de held bij het verlaten van wat wij tegenwoordig onze comfort zone noemen. Dit is het moment dat je besluit gehoor te geven aan de oproep het echte avontuur van het leven aan te gaan. Wie geen gehoor geeft aan die oproep zal zijn leven nooit ten volle geleefd hebben. De reis telt volgens de één twaalf stappen, volgens de ander weer acht, of zeven, maar in essentie komt dat allemaal wel op hetzelfde neer. Je ontmoet weerstand, mensen die het je afraden, het lijkt vaak verstandiger bij je zekerheden te blijven, je weet wat je hebt en je weet niet wat je krijgt. Maar er komen ook helpers op je pad die je steunen in het verwerven van nieuwe inzichten en de moed om de reis aan te durven. Je moet het oude achter je laten en het onbekende binnenstappen, daar deinzen velen al terug. Voor wie die drempel toch overgaat, dreigen er gevaren, er volgen beproevingen, een afdaling in de onderwereld waar je ook je eigen diepste angsten tegenkomt. Maar als je dat allemaal doorstaat wordt je uiteindelijk beloond met het vinden van een grote schat, in transcendente zin, de steen der wijzen, of, zoals dat bij Campbell heet, het Elixer. Alleen, wat moet je daarmee in het normale leven dat intussen gewoon is doorgegaan? Daarnaar terugkeren is misschien de moeilijkste stap.

Ik bedenk, terwijl ik dit artikel schrijf, dat er eigenlijk vooral veel literairs in haar projecten zit. Het is misschien niet toevallig dat ze eerder verwantschap aangeeft met het werk van een schrijver dan met dat van een beeldend kunstenaar.

Ida van der Lee

‘Hoe verhoudt zich Campbells Reis van de Held tot jouw Testament Ongekend!,’ vraag ik haar. ‘Volg je op het Ganzenpad ook zo’n soort reis?’

‘Ik denk dat elk individueel mensenleven ook een mythische connotatie heeft, in dat opzicht zit ik op hetzelfde spoor. Wie zijn jouw helpers in je leven geweest? Die twaalf stappen in de reis van de held probeer ik bij Testament Ongekend! te vertalen naar wat ik de scharnierpunten in iemands leven noem, die momenten waar het werkelijk om draait, waar er dingen gebeuren en beslissingen worden genomen die voor het leven bepalend zijn. De symbolen die ik gebruik, de voorwerpen, de plaatjes, kunnen daarnaar verwijzen, ze vertegenwoordigen andere waarden dan alleen wat ze voorstellen.

‘En hoe zie je jezelf in het verhaal van Plato’s grot? Dat is weliswaar geen mythe maar een parabel…’

‘Maar wel een heel treffende parabel en wat ik daarin vooral herken is de moeite die het kost om anderen te overtuigen van iets anders dan ze gewend zijn, zoals de man die terugkomt in de grot en vertelt wat hij buiten heeft gezien niet geloofd wordt. Bij subsidieaanvragen heb ik daar vaak moeite mee, wat ik doe is niet zomaar te plaatsen in de kunstwereld, het is echt een categorie apart en ik moet elke keer weer helemaal van voren af aan uitleggen wat ik doe en waarom dat subsidie verdient. Ook deelnemers moet ik het onbekende intrekken en ook dat gaat niet vanzelfsprekend.’

‘Ik kan dat wel enigszins begrijpen, het gaat in jouw projecten vaak om herdenken en rouwverwerking, of je zet psychologische processen in gang om iemands leven in kaart te brengen, dat is van groot maatschappelijk belang maar het is misschien niet meteen te begrijpen als een uiting van kunst die gesubsidieerd moet worden.’

‘Dat is ook precies waarom ze in Engeland indertijd een aparte subsidiecategorie hebben gemaakt voor CommunityArt, ook in Nederland kom je de term steeds vaker tegen, er wordt van alles onder die noemer georganiseerd en kunst wordt daarin wel erkend als een van de instrumenten. Autonome kunstenaars benijden ons soms. Het gaat dus ook om acceptatie in de kunstwereld. Misschien is het minder grijpbaar doordat de uitvoering van mijn projecten zo heel direct bij de deelnemers ligt.’

‘Maar dat is natuurlijk ook juist het mooie ervan. Ik moest trouwens bij het ritueel dat je Wiegen noemt, waarbij jong gestorven kinderen worden herdacht, onmiddellijk denken aan een boek van Phillipe Claudel dat onlangs is verschenen: de boom in het land van de Toraja. Ken je dat?’

Ida van der Lee

‘Nee, maar ik heb er geloof ik weleens van gehoord, van de Toraja…’

‘Wat zij doen zal je zeker interesseren, en het boek trouwens ook. De Toraja, een volk dat woont op het eiland Sulawesi in de Indonesische archipel, hebben een zeer uitgebreide dodencultus en voorouderverering. De dood neemt er een belangrijker plaats in dan het leven. Als daar baby's of heel jonge kinderen sterven, maken ze een opening in  de stam van een boom, leggen daar het lichaampje in en sluiten het gat met bladeren en schors. De bast van de boom groeit weer dicht en naarmate de boom groter wordt reist het kind in zijn stam langzaam mee naar de hemel.’

‘O wat mooi! Dat boek ga ik zeker lezen. Ik heb zelf ook sterke affiniteit met voorouderverering. Het verleden is er, de toekomst nog niet. Verdriet kan generaties doorgaan en in je lichaam zitten. Aan het ritueel Wiegen ligt een heel verhaal ten grondslag uit mijn eigen familie. In 1914 is er een meisje van drie jaar oud verdronken, ze heette Tiny en ze was een verre tante van mij. Het bizarre is, dertig jaar later wordt er in de familie weer een kind Tiny genoemd en haar treft hetzelfde lot, ook die Tiny verdrinkt op driejarige leeftijd. Het bijzondere is ook nog, daar kwam ik laatst achter toen ik in geboorteaktes keek, dat mijn naam is afgeleid van Alida Catharina, waar dus ook weer Tiny inzit. Hoe het ook zij, voor mijn ritueel dat we doen met de ouders van jong gestorven kinderen gebruik ik houten poppenwiegen als basis. Het is nog in ontwikkeling, maar zangers neuriën er waarschijnlijk wiegeliedjes bij.’

Ida van der Lee

Ik ben tevreden met het interview, maar realiseer me als ik het thuis uitwerk dat we het ook nog over een door haar bedacht ritueel hebben gehad waar ik niet meteen de bedoeling van begreep. Het Orakelspel.

‘Het is enigszins vergelijkbaar met Ganzenpad,’ was haar toelichting, ‘maar nu worden woorden in de groep verzameld, die worden als het ware aan een ketting geregen en daaruit wordt een vraagzin samengesteld, een op zich betekenisloze, niet kloppende zin die als een Orakelspreuk geldt waaraan voorspellende kracht wordt toegekend en waarop het antwoord altijd in jezelf zit. Voor mij een manier om het onbewuste bewust te maken.’

Ik knikte alsof ik het begreep, ze hanteerde op zich begrippen waar ik de waarde van inzie, maar als ik eerlijk ben raakte ze me hier even helemaal kwijt. Tot ze een voorbeeld gaf van een zin die uit zo’n groep kwam: 'Gaat Agnes als muurbloem naar Suriname waar een drumstel over het strand vliegt?' Op de vraag wat deze zin kon betekenen kwamen de prachtigste antwoorden die veel zeiden over de mensen zelf. Ongeveer zoals poëzie werkt. En dat doet me nu terugdenken aan onze eerste ontmoeting, bij de film The Hitchhiker's Guide to the Galaxy. Om een antwoord te vinden op de vraag 'wat is de ultieme vraag naar het Leven, het Universum en Alles waarop 42 blijkbaar het antwoord is?' wordt een nieuwe computer gebouwd ter grootte van een planeet en die planeet wordt Aarde genoemd. Aarde doet er tien miljoen jaar over om dat antwoord, eigenlijk dus de vraag op het antwoord, te vinden. Maar vijf minuten voordat die berekening openbaar gemaakt zal worden wordt Aarde uit het heelal gevaagd om plaats te maken voor een intergalactische snelweg. Slechts een enkeling weet te ontsnappen, de hoofdpersoon in het verhaal. Ergens aan het slot van de film, in een enorme loods waar gewerkt wordt aan een perfecte replica van Aarde, valt hij bijna ten prooi aan een stel heelalbewoners die zich op dat moment toevallig voordoen in de gedaante van muizen. Maar het zijn super intelligente laboranten die de ontsnapte aardling willen ontleden in de veronderstelling dat hij, die immers deel uitmaakte van de computer Aarde, ergens in zijn DNA de oplossing van het raadsel heeft.

Misschien, denk ik, is Ida ook wel zo’n ontsnapte aardling die ergens diep in haar psyche het antwoord op de vraag op het antwoord weet, of daar op zijn minst een vermoeden van heeft en dat met ons, de bewoners van Aarde.2, wil delen. En zo iemand moet je niet willen ontleden.

Amsterdam, september 2016

 


Jacques Smeets   08.10.2016
rituelen Een mooi, diepgaand en soms diepzinnig interview, Gerrit.

Over rituelen gesproken.
Rüdiger Dahlke schreef in 1995 het boek 'Crisis als uitdaging' (vertaling van 'Lebenskrisen als Entwicklungscha ncen') .
In dit boek schenkt hij heel veel aandacht aan rituelen, die in de loop der tijd, vooral door de westerse beschaving, steeds meer in de vergetelheid zijn geraakt, maar die wel een essentiële betekenis hebben in de ontwikkeling van de mens. Hij heeft het o.a. over de werkzaamheid van het ritueel, over rituele werelden die nog intact zijn gebleven, geneesrituelen, kwaliteit en kwantiteit van rituelen en feesten, traditionele rituelen en begroetingsritu elen.

Hij beschrijft belangrijke overgangen in een mensenleven, zoals geboorte, adolescentie, menopauze en dood, die in oude beschavingen werden gemarkeerd als rituelen.

Het boek 'De held met de duizend gezichten' staat al jaren in mijn boekenkast. Heel erg boeiend en bijzonder, vind ik dat.
 
Verberg commentaar formulier Verberg commentaar formulier
  • Vet
  • Cursief
  • Onderstrepen
  • Doorhalen
  • Quote
 
  • 4000 Resterende tekens
   
 

Plato's grot  Stel je de situatie voor van iemand die gevangen zit in een grot, met zijn rug gekeerd naar het vuur. Hij is zich van het bestaan van de gang achter hem niet bewust, want hij zit zodanig vastgeketend dat hij alleen maar voor zich uit kan kijken. Het enige wat hij ziet, zijn de schaduwen op de rotswand van voorwerpen die achter zijn rug door mensen worden gedragen. De gevangene houdt uiteraard de schaduwen voor de werkelijkheid. Pas wanneer hij zich op een of andere wijze van zijn ketenen kan bevrijden en zich naar boven, naar de uitgang en het vuur begeven, neemt hij de echte voorwerpen waar. Hij is echter niet gewend aan het licht en zal pas na lange tijd daartoe in staat zijn. Maar als hij terugkeert naar de grot, zullen zijn medegevangenen niet weten waar hij het over heeft. Zij zullen hem zelfs als een gevaar zien en hem mogelijk doden.

Onafhankelijke website met nieuws en informatie voor en door mensen die wonen, werken en studeren tussen Amstel en IJ

Bijdragen en contact 
redactie@oost-online.nl | Copyright 2015 oost-online | All rights reserved | Disclaimer |